Blog
De Parel van Suriname20-05-2019

Suriname is mogelijk niet het eerste land dat in u opkomt als u denkt aan uw eerst volgende vakantiebestemming. Dat was voor mij juist doorslaggevend en precies waarom ik vind dat u daarheen moet gaan! In Suriname kunt u nog steeds een authentiek land ervaren, nog niet geruïneerd door het toerisme. Na aankomst in Suriname kunt u een paar dagen doorbrengen in Paramaribo, de hoofdstad, maar een must is om naar de parel van het land te gaan: de jungle. Paramaribo heeft niet echt veel bezienswaardigheden, maar zoiezo moeten de markt en Fort Zeelandia op uw to-do-lijst staan. 


De ‘waterkant’vcis één van de mooiste plekken in Paramaribo. Hier kunt u bier en heerlijke  snacks halen en u kunt dansen en genieten van zonsondergang. Bent u op zoek naar een heerlijke Surinaamse maaltijd, raad ik De Gadri aan. Het ligt een beetje verscholen tussen de Waterkant en Fort Zeelandia. Maar op de plastic stoelen kunt u uitstekend genieten van een lekkere soep terwijl u naar de zonsondergang over de Suriname-rivier kijkt. Gaat u 's avonds iets drinken, overweeg dan café 't Vat', een caféterras zoals zij zichzelf noemen.

En zoals ik al eerder zei, beveel ik een ieder echt aan om het binnenland in te gaan, naar het ondoordringbare regenwoud. We boekten onze 3 daagse tour naar Knini Paati Resort. Wij verlieten Paramaribo met de bus en stapten in de korjaal aangedreven door een zware buitenboordmotor vanuit Atjoni. Vanaf daar heb je een prachtige korjaaltocht over de Surinamerivier, rechtstreeks het tropische regenwoud in. In de jungle zijn er geen wegen of auto's, dus per korjaal is de enige manier om er te komen. We verbleven in mooie hutten Knini Paati, een klein eiland midden in de rivier. De maaltijden in het Knini Paati Resort zijn geweldig en apen zullen u vergezellen bij het ontbijt.



De Wayana Indigenous Peoples in Suriname20-05-2019

De Wayana inheemse volkeren leven voornamelijk in het zuiden van Suriname (ook wonen aan de grens met Frans-Guyana en in een heel klein gebied ten noorden van Brazilië) in ongeveer 35.000 km2 tropisch regenwoud. In totaal wonen er ongeveer 2.500 Wayana Inheemsen in Suriname, verspreid over drie kleine nederzettingen langs de rivier in Kawemhakan, Apetina en Palumeu. In Frans-Guyana wonen ze in acht kleine dorpjes en in het noorden van Brazilië wonen verspreid samen met andere inheemse groepen. Recente opgravingen hebben aangetoond dat inheemse volkeren meer dan 4000 jaar in dit gebied hebben gewoondij voorzien in hun levensonderhoud via landbouw en visserij.


Vanwege de beperkte infrastructuur in dit gebied en het ondoordringbare regenwoud van het noordelijke Amazonegebied, zijn de Wayana’s nooit gekoloniseerd. Aan het begin van de 20e eeuw waren er een paar avonturiers en medewerkers van de Nederlandse kolonisten op zoek naar het goud in het Wayana-gebied. Echter hebben zij (bijna) nooit interactie gehad met de Wayana-inheemsen. Hoewel het contact beperkt was, brachten de Europeanen tal van ziekten zoals griep en tuberculose. Elk van deze ziekten heeft vernietiging veroorzaakt door ingrijpende epidemieën. Dit werd nog erger toen de Wayana besloten naar de hoofdstad van Suriname te gaan om de zo gewenste ijzerwerktuigen rechtstreeks bij de bron te kopen / verhandelen, waarbij ze de middelmannen, de Marrons van Suriname, omzeilden. De Wayana werden gedecimeerd tot op de rand van uitsterven. Rond 1960 waren er nog maar 600 tot 700 Wayanas over (naar schatting waren er begin vorige eeuw tussen de 4.000 en 5000 Wayana).

De interventie van de kerk tussen 1950 en 1960 is de enige reden dat de Wayana nog steeds bestaan. De zendelingen gaven hen medicijnen voor de nieuwe ziekten die zij opliepen. Het probleem was natuurlijk dat de kerk ook nieuwe regels introduceerde en bepaalde culturele uitingen verbood. Vandaag de dag is de kerk nog steeds aanwezig, maar er is een soort van gecombineerde symbiose-overtuiging, met kerktradities en traditionele kennis / cultuur. Enkele voordelen van het (tot voor kort) geïsoleerde bestaan ​​van de Wayana is dat zij nog steeds hun eigen taal spreken, dat zij een groot deel van ons culturele erfgoed hebben behouden en dat we ons sterk bewust zijn van onze roots. Nadeel is dat er weinig formeel onderwijs is en daarom spreekt bijna niemand een vreemde taal.